Een weg vol primeurs

De Haarlemmerweg (N200) is een weg met veel primeurs op zijn naam. De eerste beklinkerde straat van Nederland. De eerste spoorlijn van Nederland. Én 150 jaar geleden werd onder de Haarlemmerweg de eerste Nederlandse drink waterleiding aangelegd.

Lang voordat de eerste auto over de Haarlemmerweg reed, was de route tussen Haarlem en Amsterdam al een drukke verbindingsader. Het begon allemaal met de aanleg van de Haarlemmertrekvaart in 1632. Langs de vaart kwam een jaagpad waarover paarden trekschuiten heen en weer trokken. De trekvaart zorgde voor een enorme ontwikkeling in het gebied.

De handel bloeide, trekschuiten voeren af en aan. Langs het water verrezen buitenhuizen van rijke stadsbewoners. Als eerste in Nederland kreeg het jaagpad in 1762 klinkerbestrating en daarmee een officiële naam: de Haarlemmerweg.

Halverwege de route tussen Haarlem en Amsterdam moesten reizigers op een andere trekschuit overstappen. Al snel ontstond hier een plek waar mensen konden wachten, dineren en overnachten. Zo is Halfweg ontstaan.

Eerste trein

Een heuse primeur was de aanleg van de eerste spoorlijn van Nederland in 1839. De spoorlijn werd geëxploiteerd door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) en liep evenwijdig aan de trekvaart. Stoomlocomotief De Arend reed met een ongekende snelheid – in zo’n 25 minuten - van Amsterdam naar Haarlem. Het gevaarte was in Engeland gebouwd, waar de stoommachine was uitgevonden. De eerste machinisten kwamen ook mee uit Engeland.

Veel mensen vonden het in het begin maar niets, zo’n ijzeren kolos die met hoge snelheid en veel lawaai door het polderlandschap trok. Ze namen liever de trekschuit. Maar binnen een paar jaar won het gebruik van de trein aan populariteit. De trekschuit verdween.

Drinkwater uit de duinen

De Haarlemmerweg heeft niet alleen als verbindingsroute de geschiedenisboekjes gehaald. Door de dijk onder de weg loopt ook de eerste en oudste drinkwaterleiding van Nederland.

Water uit de kraan, het is voor ons nu heel gewoon. Maar in de negentiende eeuw was het een primeur. Het plan om duinwater te gebruiken om de Amsterdamse dorst te lessen, ontstond naar verluidt toen de bekende Amsterdamse schrijver en politicus Jacob van Lennep in Heemstede een glas water dronk. Het was duinwater, gewoon uit de pomp. Onder de indruk van de smaak zou Van Lennep mede het initiatief hebben genomen om dit water aan Amsterdam te gaan leveren.

Niemand minder dan kroonprins Willem van Oranje gaf 1851 het startsein om tussen de duinen in Kennemerland en Amsterdam de drinkwaterleiding aan te leggen. Maar liefst 8850 aan elkaar verbonden buizen overbrugden uiteindelijk de afstand van 23 kilometer.

Eerste tappunt

Het eerste tappunt voor duinwater lag bij de Haarlemmerpoort, toen nog de Willemspoort. Het water uit de Amsterdamse Waterleidingduinen werd daar voor één cent per emmer verkocht. Vanaf 1853 pompte de Amsterdamse Duinwater Maatschappij steeds meer kubieke meters schoon duinwater naar de hoofdstad.

In 1896 werd de Amsterdamsche Duinwater Maatschappij overgedragen aan de gemeente Amsterdam. Vandaag de dag is Waternet het waterbedrijf van de hoofdstad. En nog steeds pompen we schoon duinwater als drinkwater naar Amsterdam, op piekmomenten zo’n 4,6 miljoen liter per dag.