Terugblikken op de oorlog met Corrie van den Boogaard-Vlug

 

Het is 15 december 1944. Corrie van den Boogaard-Vlug, dan 15 jaar oud, ziet vanuit haar zolderraam hoe drie mannen op de trambaan worden doodgeschoten door de Duitsers. De oorlog is dan al vier jaar gaande. Met haar ouders, broers en zussen woont ze in boerderij Vredelust, op de hoek van de Haarlemmerweg. De boerderij staat er inmiddels niet meer. Die maakte begin jaren ’50 plaats voor het nieuwe Slotermeer. Maar de herinneringen leven voort. Hoe maakte Corrie van den Boogaard de oorlog mee, daar in de boerderij in Amsterdam West?

 

Het leven op de boerderij ging door

“Toen de oorlog begon, was ik 11 jaar. Als kind gaat veel van wat er gebeurt langs je heen. Voor mijn gevoel ging het leven tijdens de oorlog gewoon door. Het klinkt misschien gek, maar ik had er niet veel last van. Gelukkig hebben we in die jaren ook nooit honger gehad, want we woonden op een boerderij en waren aardig zelfvoorzienend”, vertelt Corrie. Hoe normaal het leven vaak ook leek, er gebeurde veel om haar heen. Veel werd haar niet uitgelegd. En ze kon er als jong kind zelf ook niet altijd betekenis aan geven. Zo vertelt ze dat een van haar broers tijdens de oorlog opgepakt is geweest door de Duitsers. Nog steeds weet ze niet precies waarom of hoe dat is gegaan. Wel zijn haar een aantal dingen bijgebleven uit die roerige tijd.

Duitsers in het voorhuis

Nadenkend over de oorlogsjaren in haar ouderlijk huis, beseft ze dat de bezetter alom aanwezig was. Het gebeurde bijvoorbeeld geregeld dat Duitse soldaten fietsers voor het huis van de familie Vlug aanhielden om te controleren of zij niets van de boerderij hadden meegenomen. “Het was niet de bedoeling dat mensen etenswaren bij de boerderij kochten; het werd allemaal ingepikt door het Duitse leger. Ze pikten zelfs onze kippen. Maar daar zijn ze wel op aangesproken door hun officier”, vertelt ze. Ook de avondklok heeft indruk op de jonge Corrie gemaakt: “Je moest om acht uur thuis zijn met de ramen en luiken dicht. Die moesten we van buitenaf dichtdoen, altijd op je hoede voor mensen die je na acht uur buiten zouden zien. En het huis was dan zo donker. Dat alles maakte me toen wel angstig.”

Ook herinnert ze zich een periode in 1944, toen een groep Duitsers ingekwartierd waren op de boerderij. Corrie: “Duitse officieren woonden in ons voorhuis en wij in een andere kamer. Dat was eigenlijk heel spannend, want we kregen in die tijd regelmatig illegale bladen in de brievenbus die we verstopten onder de haardplaat in het voorhuis. We hadden geen tijd om ze weg te halen, want de Duitsers trokken er zomaar in. Wie weet wat er was gebeurd als de Duitsers ze hadden gevonden?”

Tekening van Vredelust in 1950 uit Corrie van den Boogaards eigen collectie.

 

Een onderduiker in de hooischuur

Ook vertelt Corrie over onderduikers in haar buurt. Die waren er volgens haar niet veel. Ze herinnert zich een mooi huis waar een vrouw met haar twee kinderen woonde. Zij had een oude man en een jongetje van een paar jaar oud in huis. Nog steeds weet ze niet of het een opa en zijn kleinkind waren, maar dat ze Joods waren, was zeker. En dat terwijl er ook Duitsers ingekwartierd zaten in die woning. Bij de familie Vlug woonde ook een onderduiker. Hij heette Cor Bosman en hij had meegedaan aan de Spoorwegstaking in 1944. “Mijn ouders hadden ons wel verteld dat hij bij ons ondergedoken zat. Hij verstopte zich in het hooihuis, maar zat ook geregeld met ons in het voorhuis. Na een week is hij weer vertrokken", vertelt ze.

Bombardementen

“Ik weet het nog heel goed. Op een zonnige dinsdag waren mijn moeder en ik de was aan het ophangen. Toen zagen we dat er verderop gebombardeerd werd. Mijn moeder zei meteen dat ze hoopte dat het niet bij Alie en Nelis was”, vertelt Corrie. Dat bleek wel het geval. Alie en Nelis, vrienden van de familie Vlug, woonden met hun gezin dichtbij Schiphol in Badhoevedorp. Ze werden op deze zonnige novemberdag in 1943 gebombardeerd. Gelukkig liep het uiteindelijk goed af: in 1951 trouwde hun zoon Jaap met Corrie en nu wonen zij nog steeds samen in Amsterdam West.

De fusillade

Op 15 december 1944 gebeurde hetgeen dat Corrie het meest is bijgebleven. De Duitsers brachten drie mannen naar de trambaan tegenover de boerderij. Corries vader had al snel door dat er iets stond te gebeuren. Hij stuurde zijn kinderen naar binnen en zei dat ze niet mochten kijken. Dat deed Corrie toch. Ze vertelt dat dit het meest angstige is dat ze heeft meegemaakt tijdens de oorlog. Voorbijgangers werden gedwongen te kijken hoe de mannen werden gefusilleerd. De lichamen hebben er twee dagen en nachten gelegen terwijl Duitse soldaten de wacht hielden. Het was bedoeld als waarschuwing voor verzetsmensen.

Na de oorlog zorgden twee melkklanten van Vredelust ervoor dat er een herdenkingskruis bij de boerderij kwam te staan. Een monument dat de drie oorlogsslachtoffers eer aan zou doen. Wie waren deze mannen? Wat was hun rol in de oorlog? Dat leest u in deel III van onze reeks over de Tweede Wereldoorlog. 

Twee klanten van de boerderij onthullen het monument voor de drie oorlogsslachtoffers in de voortuin van de familie Vlug.