Momenteel wordt er hard gewerkt aan de aanleg van een nieuwe ecopassage onder de N200. Rob Faase, adviseur techniek bij De Nieuwe N200, en Erik van Langen, ecoloog bij Rijkswaterstaat, leggen uit hoe dieren binnenkort veilig de weg kunnen passeren via dit bouwwerk.

De N200 loopt over een oude dijk uit de 17e eeuw. Langs beide kanten van deze dijk ligt de Groene As, een aaneengesloten netwerk van kleine en grote natuurgebieden tussen Amstelland en Spaanwoude, waar inwoners van Sloterdijk de hectiek van de stad even kunnen verruilen voor de rust van het buitenleven.

In de Groene As komen veel beschermde diersoorten voor, die zich graag vrij door dit groene gebied bewegen. Maar vaak stuiten ze nu dan nog op de drukke N200. De oplossing: een ecopassage, een ruime buis onder de weg die de natuurgebieden met elkaar verbindt. Via deze tunnel kunnen dieren straks probleemloos van A naar B.

Flinke operatie

De aanleg van de ecopassage is een flinke operatie. Zo is ter voorbereiding een vervangende dijk aangelegd, een klein stukje van de Haarlemmervaart gedempt, de trekvaart bij de Seineweg juist weer verbreed, en de grond van de nieuwe N200 ‘voorbelast’ met een grote berg zand, zodat de dijk kan wennen aan het dragen van een zware weg.

En dan moet de ecopassage zelf natuurlijk ook nog gebouwd worden. De werkzaamheden hieraan worden in twee fases uitgevoerd, geeft Faase aan. ‘We leggen nu eerst het noordelijke deel van de ecopassage aan, daarna het zuidelijke. In beide rijrichtingen blijft dan telkens een rijstrook open. Zo kan het verkeer door blijven rijden tijdens de aanleg van de ecopassage’.

Volgens Rob Faase schiet het werk al goed op. ‘Om te beginnen verwijderden we de oude rijbaan. In de dijk legden we daarna damwanden aan die loodrecht op de weg staan. Daarbovenop stortten we vervolgens een betonnen sloof. Dit is een soort balk die op beide damwanden leunt. Op de sloof hebben we het nieuwe wegdek aangelegd.’

Inrichting ecopassage

Om dieren te verleiden om straks daadwerkelijk onder de N200 door te gaan, besteden we ook veel aandacht aan de inrichting van de ecopassage, vertelt Erik van Langen. ‘De buis is zowel nat als droog en verbindt 2 moerassige gebieden met elkaar. Door de afmetingen – 2 bij 2 meter – komt er voldoende licht binnen. Daarnaast komen er afrasteringen die de dieren naar de in- en uitgangen van de tunnel begeleiden. En er liggen al keien en andere vormen van beschutting, zoals boomstronken, die de dieren een natuurlijk gevoel moeten geven.’

Nieuwe bewoners

Als de ecopassage eenmaal open is, kan de Groene As op veel nieuwe bewoners rekenen, zegt Van Langen. ‘Dan is er namelijk weer uitwisseling mogelijk tussen dierenpopulaties in verschillende gebieden. Ook zijn geschikte broedplaatsen dan beter bereikbaar. Ik verwacht dus dat er in de toekomst bijvoorbeeld ook otters, boommarters en bevers te zien zijn, naast de vele dieren – onder andere ringslangen, wezels, hazen, vossen en vleermuizen – die er nu al aanwezig zijn.’
 

 

Meer lezen over de ecopassage